In de praktijk van gebiedsontwikkeling is duurzaamheid steeds meer verankerd in gemeentelijk beleid. Een veel gevoerde discussie in de onderhandeling tussen gemeenten en ontwikkelaars over duurzaam bouwen gaat over de hogere stichtingskosten van duurzaam bouwen, die niet leiden tot een objectief hogere VON-prijs. Bij de residuele benadering van de grondprijs betekent dit doorgaans dat de grondprijs wordt gedrukt. Het gevolg hiervan is dat gemeenten opbrengsten mislopen en de toegevoegde waarde van de duurzame maatregelen, de ‘winst’, terecht komt bij de eindgebruiker (lagere exploitatiekosten) en/of bij de bouwer/ontwikkelaar (reguliere winstmarge bij verkoop). Een belangrijke opgave ligt daarom in het objectiveren en kwantificeren van deze meerwaarde.

De gemeenten Amstelveen, Assen, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Kampen, Leek, Vlaardingen, Winsum, Zuidhorn en Zutphen hebben samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor de financiering van het onderzoek gezorgd.
De pilotprojecten die de betrokken gemeenten hebben aangedragen voor het project waren van essentieel belang voor de toetsing van de resultaten.

Het onderzoek is uitgevoerd door PAS, DWA en Bureau Stedelijke Planning. Het rapport kun je inzien op de website van ISSUU. Als de link niet meer werkt kunt u het bestand ook als PDF vinden in de bibliotheek op deze website.